Voorbeeld: ontwikkelings- en observatieverslag (2 jaar)

Leander viel als baby al op omdat hij weinig slaap nodig had. Hij ontwikkelde zich motorisch snel, maar met praten begon hij pas toen hij 2,5 jaar was. Hij maakte toen wel meteen lange zinnen. De opvoeding verliep prima, zijn ouders genoten van zijn leergierigheid en vele vragen. Toen Leander twee jaar was, kon hij al veel letters benoemen en had hij een grote interesse voor getallen. Ook kon hij al een beetje klokkijken. Toen hij echter een tijdje naar de opvang ging, begonnen de moeilijkheden: hij was snel uitgekeken in de materialen en wilde er niet meer heen. Hij was snel boos en liet niet altijd meer zien wat hij allemaal kon. Ook had hij weinig aansluiting met de kinderen daar, met name toen hij de oudste van zijn groep werd. Zijn ouders vroegen zich af hoe het verder zou gaan als hij straks naar de kleuterschool zou gaan. 

De ouders besluiten advies van Dotado in te roepen. Er wordt gestart met een intakegesprek waarin ingegaan wordt op Leanders ontwikkeling. Daarna volgt een observatie op het kinderdagverblijf en een observatie in de praktijk zelf, waarin Leander vrij mag spelen en er een aantal opdrachten met hem wordt gedaan om een beeld te krijgen van zijn snelheid van leren en verbale capaciteiten. Omdat hij het te eng vindt als zijn moeder weg gaat, blijft zijn moeder op de achtergrond in de buurt als de test wordt afgenomen. Het valt op dat Leander weinig risico neemt en weinig uitprobeert. De onderzoekster moedigt hem aan om het niet te snel op te geven. Leander heeft weinig instructie nodig en heeft de opdrachten snel door.

De onderzoekster schrijft een uitgebreid verslag met observatieggegevens en ontwikkelingskenmerken. In het verslag staat een analyse wat betreft kenmerken die zij heeft gezien van een ontwikkelingsvoorsprong bij Leander. De onderzoekster adviseert de ouders om met de crèche in gesprek te gaan over de aanschaf van uitdagender spelmateriaal. Op deze manier blijft leren leuk en krijgt hij voldoende te maken met faalervaringen. Dit is van groot belang, want anders leert Leander niet goed doorzetten. Verder wordt ook aangeraden om te kijken naar mogelijkheden om vervroegd in te stromen in de kleuterklas. Ook wordt overwogen of Leander direct naar groep 2 zou kunnen gaan. Op deze manier wordt Leanders ontwikkeling verder niet geremd.

De ouders laten alles rustig bezinken en lezen het uitgebreide verslag rustig na. Na gesprekken op de crèche bleek dat er weinig aanpassingen zouden komen. Daarom hebben de ouders besloten Leander tot zijn vierde jaar lekker thuis te houden en een ochtend het programma te volgen voor peuters met een ontwikkelingsvoorsprong. Op zijn vierde jaar ging Leander naar een school waar veel kennis aanwezig is over hoogbegaafdheid. De leerkrachten begrepen goed wat het betekent als een hoogbegaafd kind een dergelijke ontwikkelingsvoorsprong heeft en gaven Leander wat hij nodig had. Hij heeft het er goed naar zijn zin en kan zijn wie hij is, zonder zich te veel te moeten aanpassen. Zijn ouders hebben hun nieuwsgierige en enthousiaste kind weer terug.

Reactie van de ouders naar aanleiding van het verslag:

‘Voor ons is het de beste keuze geweest die er bestond om Leander te laten observeren. Voor ons is het heel belangrijk geweest dat iemand anders die erin gespecialiseerd is heeft gekeken hoe de ontwikkeling van Leander ervoor stond. Ik heb het zelf als heel fijn ervaren dat ik erbij mocht blijven en gezien heb hoe hij zich naar een ander toe laat zien. Het is ook leuk om te zien hoe snel hij dat nu positief inzet en op school een goede werkhouding laat zien. Mede dankzij jouw inzet tijdens de test kan Leander zich ontwikkelen op het niveau dat bij hem past! Duizend maal dank!’

Leander heet in werkelijkheid anders. De ouders hebben toestemming gegeven voor publicatie.

Meer informatie over intelligentie- en persoonlijkheidsonderzoek >>