Waarom laten ouders bij een hoogbegaafd kind een test afnemen?

Redenen voor testen van hoogbegaafdheid bij je kind
Is het nodig om mijn kind te laten testen? Ik wil niet dat mijn kind een etiketje krijgt en op school bekend staat als ‘hoogbegaafd’!’ Een hoogbegaafd kind test je niet zomaar. Meestal zijn er zorgen, thuis op of school. De ouders hebben al verschillende dingen geprobeerd, maar het lijkt niet echt te werken. Ze zijn gaan lezen op internet of in boeken. Hun kind vertoont opvallend veel kenmerken van hoogbegaafdheid. Bv. veel energie hebben, een snelle ontwikkeling, een goed geheugen, een brede woordenschat… Maar zien ze het wel goed? Ze gaan in gesprek met school. Soms herkent de school dit, maar vaker ook niet. Hun kind blijkt op school een heel ander kind te zijn: het valt niet op of, steekt er niet echt bovenuit in de klas … Ga je dan je kind op hoogbegaafdheid testen?

Voordelen hoogbegaafdheid testen kind:

  • Duidelijkheid over de werkelijke capaciteiten van het kind. Bij een individuele test is het moeilijker om ongemerkt onder te presteren. Een test geeft aan ouders een stukje bevestiging en bemoediging
  • Inzicht in de sociale en emotionele ontwikkeling. Loopt het kind op deze gebieden ook voor? Heeft het last van faalangst, of te kort aan doorzettingsvermogen?
  • Een verslag opent deuren: de school is eerder bereid een aangepast programma te maken als zij het verslag van een deskundige hebben gelezen. Ook is een test vaak nodig voor een verrijkingsklas of plusklas. Om een kind bij fulltime hoogbegaafdheidsonderwijs aan te melden, is ook een test nodig.
  • Gerichte en concrete adviezen die aansluiten bij de uitslag van de test, waar u en de school zo mee aan de slag kunt.
  • Als ouders beslis je zelf of hoe je naar je kind toe verwoordt hoe het gescoord heeft op de test. Het woord hoogbegaafd kan gebruikt worden, maar er zijn ook veel andere manieren om het kind meer inzicht te geven in zijn snelle manier van denken en de gevolgen hiervan.

Nadelen hoogbegaafdheid testen kind:
Het testen van een kind kan verkeerd uitpakken, als dit gedaan wordt door een specialist die weinig tot niets weet over hoogbegaafdheid. Dit kan de interpretatie van de scores serieus beinvloeden. Hoewel er gelukkig steeds meer aandacht komt voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, is er binnen psychologenland nog veel onbekendheid met het onderwerp. Kenmerken van een ontwikkelingsvoorsprong of van hoogbegaafdheid worden nogal eens verward met die van een stoornis. Hieronder worden allerlei vormen van overlevingsgedrag bij hoogbegaafde kinderen opgesomd, die sterke overlap hebben met kenmerken van stoornissen, zoals AD(H)D, vormen van autisme, depressieve stoornissen of angststoornissen (Bron: Talent, februari 2016).

  • Buikpijn, hoofdpijn 
  • Angsten
  • Chaotisch gedrag
  • Clownesk gedrag
  • Concentratiestoornissen
  • Overmatige boosheid
  • Verdriet/somberheid
  • Eenzaamheid
  • Emotionele overgevoeligheid
  • Overgevoeligheid voor geluid, labels enz.
  • Koppigheid
  • Betweterig gedrag
  • Overbewegelijk/druk
  • Zich terugtrekken/afzonderen
  • Tics en ander dwangmatig gedrag
  • Overmatige stress voor toetsen Overmatige stress voor veranderingen
  • Leven in een fantasiewereld
  • Slapeloosheid
  • Het leven als een competie ervaren
  • Jaloers gedrag, zich tekort gedaan voelen
  • Extreem negatieve kijk op het leven
  • Slechte schoolresultaten
  • Machtsstrijd thuis en/of op school
  • Extreem verlegen gedrag, niet durven praten
  • Brutaal gedrag
  • Niet kunnen kiezen

Helaas worden er maar al te vaak etiketten op hoogbegaafde kinderen geplakt die onterecht zijn. Dit kan grote gevolgen hebben voor het zelfbeeld van het kind. Het voelt zich niet echt begrepen. Om dit te voorkomen, is het raadzaam om bij vermoedens van hoogbegaafdheid/een ontwikkelingsvoorsprong op zoek te gaan naar iemand die niet meteen door de bril van een diagnose naar het kind kijkt. Iemand die weet wat de kenmerken van hoogbegaafdheid zijn en zich bewust is van de overlap van symptomen. Het hebben van een ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafd zijn is immers geen stoornis, maar een gave. Een onderzoeker die hier oog voor heeft, zal u eerder van dienst kunnen zijn met praktische, gezonde handvatten, zodat u kind binnen korte tijd weer beter in zijn vel komt te zitten. Mocht er toch sprake zijn van een stoornis, dan kunt u altijd nog doorverwezen worden naar de GGZ, om dit vast te laten stellen.

Behalve het gevaar van misdiagnoses is er nog een andere belangrijke reden waarom u testen zou moeten laten uitvoeren door iemand met verstand van zaken op het gebied van hoogbegaafdheid. Deze reden heeft te maken met de benadering van het kind tijdens het onderzoek zelf en de wijze waarop de test wordt afgenomen. Het afnemen van intelligentietesten en persoonlijkheidsonderzoeken bij slimme kinderen is een vak apart. De volgende zaken maken het testen van slimme kinderen ‘anders’:

  • Hoogbegaafde kinderen zijn erg gevoelig voor de manier waarop zij benaderd worden: als deze te kinderachtig is (bv. doordat de manier van aanspreken niet aansluit) of als zij zich niet veilig voelen bij de onderzoeker, zullen zij op een IQ-test minder laten zien van wat zij allemaal kunnen.
  • Hoogbegaafde kinderen gaan vaak voor kwaliteit in plaats van voor snelheid. Dit heeft gevolgen voor de interpretatie van de scores en de wijze van instructie geven bij testonderdelen. Performale onderdelen zijn namelijk allemaal onder tijdsdruk. Het kan enorm helpen als een onderzoeker bijvoorbeeld expliciet bij een onderdeel aangeeft: ‘Het geeft niet als je de tekens slordig opschrijft. Als ik het maar kan lezen’. Dit is een zin die misschien niet in de testhandleiding staat, maar hij is wel van groot belang. Ook bij mondelinge testen is het van belang dat de onderzoeker het kind voldoende tijd geeft om niet alleen het oppervlakkige antwoord te geven, maar ook het diepgaandere antwoord. Veel hoogbegaafde kinderen zijn pas helemaal tevreden als ze alle kanten van de zaak hebben genoemd, omdat zij complexer denken. Als de onderzoeker dan in hoog tempo door de vragen heenwerkt, geven zij alleen korte antwoorden en komt er niet uit wat zij allemaal weten. Het snijvlak tussen wachten en tempo nemen is een kunst apart bij hoogbegaafde kinderen. Als zij namelijk te lang moeten wachten, kunnen zij zich gaan vervelen en afleiding zoeken, wat in een onderzoekssituatie zoveel mogelijk voorkomen moet worden.
  • Veel hoogbegaafde kinderen worden pas echt ‘wakker’ als de moeilijkheidsgraad binnen een test stijgt. Als de onderzoeker te snel afbreekt omdat het kind een aantal antwoorden niet weet en niet goed doorvraagt, kan de uitslag een vertekend beeld geven. Kinderen van vijf jaar bij ons in de praktijk vonden simpele woorden als ‘poes’ of ‘schoen’ soms moeilijk vonden om uit te leggen terwijl zij woorden als ‘saxofoon’ of ‘kritisch’ heel goed kon toelichten.
  • De meeste hoogbegaafde kinderen zijn perfectionistisch ingesteld. Ze geven pas een antwoord als ze het zeker weten en durven niet goed te gokken, wat veel punten kan schelen. Een onderzoeker die hier oog voor heeft, zal regelmatig tegen zo’n kind zeggen dat het ook mag raden of gewoon mag beginnen met vertellen wat het wel weet.
  • Veel hoogbegaafde kinderen hebben enorm veel energie en zijn erg bewegelijk. De onderzoeker met verstand van hoogbegaafdheid zal hier ruimte aan geven en bv. gelegenheid geven aan het kind om sommige onderdelen te maken terwijl het aan de tafel staat of rondloopt bij mondelinge testen.
  • Hoogbegaafde kinderen zijn vaak erg creatief in hun denken en hun antwoorden vallen regelmatig buiten de antwoorden in de handleidingen. Ze denken bij simpele opdrachten soms ingewikkelder dan nodig. Een onderzoeker met verstand van zaken zal respect hebben voor deze antwoorden en doorvragen indien nodig. Zo testte ik eens een achtjarig, zeer begaafd meisje dat het woord ‘baard’ moest uitleggen. Ze legde uit dat dit een type sleutel was!

Hoewel het laten testen van een kind een kostbare aangelegenheid is, aangezien het een goede psycholoog of orthopedagoog flink wat uren kost om de juiste informatie te verzamelen, het kind adequaat te testen en een goed testverslag te schrijven, is onze ervaring dat ouders er bijna nooit spijt van hebben, aangezien het veel oplevert: ze begrijpen hun kind beter en krijgen gerichte adviezen hoe verder te gaan. Daarnaast hebben ze zelf een onafhankelijk, professioneel rapport in handen waarmee ze sterker staan in hun gesprek met school. Het rapport gaat vaak nog jarenlang mee, bij aanmeldingen voor een plusklas of fulltime hoogbegaafdenonderwijs, of als document met adviezen voor begeleiding voor hun kind. Bij Dotado beschouwen wij het maken van een dergelijk rapport voor ieder kind weer als een eer en streven we ernaar om een kunstwerkje af te leveren: een pleidooi voor de uniekheid van het betreffende kind.

Gebruikte literatuur:

Dittrich, E. & Groebbé, L. (2016). Over misdiagnoses en de desastreuse gevolgen. Talent, februari 2016, 26-31.

Webb, J.T. (2013). Misdiagnose van hoogbegaafden. Handreikingen voor passende hulp. Koninklijke Van Gorcum, Assen.