Gevoeliger dan gemiddeld begaafde kinderen?

Zijn jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong gevoeliger dan kinderen met een gemiddeld IQ? In verhalen van ouders die wij spreken, is intensiteit de rode draad. Met intensiteit bedoelen we de manier waarop mensen de wereld in en om zich heen beleven. Intensiteit in denken, voelen, praten, observeren, spelen en leren. Piechowski formuleert het als volgt: ‘Some children’s exitability and sensitivity are so great that they feel as if they had no skin’. (Piechowski, 2014). Veel ouders van hoogbegaafde kinderen stellen dan ook hulpvragen over deze gevoeligheid en het kan een grote uitdaging zijn om een kind met zo’n sterke intensiteit in voelen en beleven te begeleiden. Zeker als er meerdere gezinsleden een dergelijke gevoeligheid en intensiteit laten zien.

Een kwalitatief andere manier van het ervaren van de wereld
Inderdaad gaan de meeste experts er tegenwoordig vanuit dat hoogbegaafdheid altijd samen gaat met een hoger niveau van gevoeligheid. De intellectuele complexiteit gecombineerd met emotionele intensiteit zorgen ervoor dat deze kinderen een kwalitatief andere manier van het ervaren van de wereld hebben. Een Poolse psycholoog die daar specifiek onderzoek naar heeft gedaan is de Dabrowski (1902-1980). Hij ontwikkelde de Positieve Desintegratietheorie, een persoonlijkheidsleer over emotionele ontwikkeling. Hij beschouwde innerlijke conflicten en neuroses niet persé als negatief, maar eerder als de motor om op een hoger niveau van emotionele rijpheid te komen. Hij onderzocht veelal mensen met een hoge intelligentie. Vandaar dat andere psychologen naar aanleiding van zijn theorie onderzoek gingen doen naar het verband tussen hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid. Eén van hen was zijn collega Michael Piechowski. Hoogbegaafdheid werd door hem beschouwd als ‘het bezitten van een groot ontwikkelingspotentieel, zoals beschreven door Dabrowski aan de hand van vijf soorten gevoeligheden’. Deze vijf gevoeligheden of overexcitabilities zijn:

  • Psychomotorisch: snel spreken, intense lichamelijke activiteiten (bv. sporten en snelle spellen), drang voor actie en competentie.
  • Sensueel: op het gebied van zien, horen, aanraken, ruiken en voelen, enorm kunnen genieten van mooie dingen, geluiden of woorden, muziek, vormen, kleur, balans.
  • Intellectueel: dorst naar kennis en waarheid, willen weten hoe het zit, problemen op willen lossen, nieuwsgierigheid, volgehouden concentratie, scherp observatievermogen, passie voor precisie.
  • Verbeeldend: vaak gebruiken van metaforen en beelden, rijk voorstellingsvermogen en rijke fantasie, gedetailleerde visualisatie, animistisch en magisch denken, eigen wereld, dramatisering.
  • Emotioneel: diepe en complexe gevoelens, identificeren met gevoelens van anderen, bewust zijn van verschillende gevoelens naast elkaar, sterke lichamelijke uitdrukkingen van gevoelens, capaciteit voor sterke hechting aan mensen, dieren en plaatsen, empathie.

Mooi en uitdagend
Bij kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong zijn deze gevoeligheden al jong te zien. De meeste ouders herkennen hun kind in minstens drie van deze vijf gebieden, meestal in allemaal. Het zal duidelijk zijn dat deze eigenschappen een kind en zijn ouders veel vreugde kunnen geven. Een peuter met een sterke intellectuele gevoeligheid kan zich bijvoorbeeld intens in een bepaald onderwerp verdiepen. Vaak horen we van ouders dat deze kinderen zich een tijdje bezighouden met een onderwerp, bijvoorbeeld treinen of dinosaurussen en dit tot de bodem uitzoeken, waarna ze weer naar een ander onderwerp overgaan. Een kind met een sterke sensuele gevoeligheid kan enorm genieten van mooie muziek of de natuur. Ouders vertellen dan dat hun driejarige met tranen in zijn ogen naar muziek zit te luisteren. Een kind met een sterke emotionele gevoeligheid bouwt vaak een zeer sterke band op met zijn ouders en broer/zussen. Dat zijn prachtige dingen. De keerzijde ervan is dat deze gevoeligheden door de omgeving niet altijd goed begrepen worden en voor het kind ook moeite met zich meebrengt. In het boek ‘Mellow Out’, they say. If I only could’ beschrijft Piechowski dit kernachtig:

‘Each has its pluses and minuses. Psychomotor overexitabilty carries a great amount of energy, but is also leads to restlessness. Intellectual overexcitability drives a person to seek solutions to problems, to ask questions and to search for truth, but the search never ends. Excitabilitiy of imagination is a boon when it springs colorful, interesting and pleasing images. Alas, it turns into anxiety when anticipation of all the bad things that can happen produces frightening nightmares and feares. Emotional overexcitability brings joy and estacy but also heartache, self-doubt and despair. Sensual overexcitability offers rich and varied delights but also carries the risk of overindulgence. Futhermore, in case of unusually high sensory sensitivity, the stress of overstimulation may be painful to a child’. 

Hooggevoelig
Dabrowski ziet prikkels en gevoeligheden dus vooral als noodzakelijk om te groeien en jezelf te ontwikkelen, terwijl experts als Elaine Aron de term hooggevoeligheid vooral gebruikt om duidelijk te maken dat er bij deze groep kinderen eerst een basis van zekerheid en veiligheid nodig is om te kunnen groeien en zich te kunnen ontwikkelen. Bij Aron gaat het om overprikkeling: een gevolg van een te grote hoeveelheid prikkels die via het zenuwstelsel binnenkomt. Doe de korte test om te onderzoeken of uw kind wellicht hooggevoelig is. Voor hoogbegaafde mensen en kinderen kan het in het bijzonder een uitdaging zijn als je beide bent: altijd op zoek naar nieuwe prikkels en uitdagingen, maar ook hoogsensitief.

Gebruikte literatuur:
Piechowski, M. M. (2014). ‘Mellow Out, They Say. If I Only Could.'Intensities and Sensitivities of the Young and Bright. New York: Royal Fireworks Press.

>> Hoe houd ik rekening met de gevoeligheden van mijn kind?