Erkennen wat er is

Door: Johan Verdouw

Ken je dat ook? Dat je iets wegstopt, waarvan je vindt dat dat er niet mag zijn, om wat voor reden dan ook? En dat het dan op de een of andere manier toch telkens weer naar boven komt? Soms (steeds) sterker zelfs of op een andere plek? Het is een soort natuurwet die op allerlei gebieden geldt. Zo ook in families. Het gedrag van een kind laat (meestal volkomen onbewust voor het kind) soms iets zien van wat er elders in het systeem (gezin of bredere familie) speelt. Een bijzonder voorbeeld daarvan maakte ik pas mee met een jongen van zeven jaar.

‘Maarten moet zijn zusje als volwaardig lid van het gezin gaan erkennen.’ Dit zinnetje staat in de verwijzing van het wijkteam. Het is één van de voorgestelde doelen voor begeleiding van Maarten. De ouders komen samen met Maarten (zeven jaar oud) op intakegesprek. Na een kort kennismakingsspel pak ik intuïtief mijn blokkendoos en ik vraag Maarten om zijn gezin neer te zetten met behulp van de blokken. Hij aarzelt geen seconde en zet drie blokken neer: ‘Dit zijn mijn vader en moeder en dit ben ik!’ Voor alle duidelijkheid: dit gezin heeft vijf gezinsleden. Maarten heeft nog een broer en een zus. Maarten ontkent consequent het bestaan van de andere twee kinderen. Slechts bij een van mijn vragen verspreekt hij zich, maar dan corrigeert hij zichzelf razendsnel. Hij weet niet over welke broer ik het heb.

Zowel bij de ouders als bij de broer en zus zorgt deze situatie voor de nodige onderlinge spanning, boosheid en verdriet. In mijn hoofd komt een vraag naar boven, die ik vervolgens aan de moeder stel: ‘Heb je miskramen gehad?’ ‘Twee.’ antwoordt de moeder. Hoewel er tijdens de intake geen tijd meer is om hier verder op in te gaan, doet de vraag wel zijn werk.

Ik doe een aantal coaching sessies met Maarten en een aantal maanden later spreek ik de ouders zonder Maarten. Moeder vertelt dat ze in de tussentijd heeft gesproken met haar eigen moeder. Daarbij is ze erachter gekomen dat ze een ongeboren tweelingzus heeft, waar ze niets vanaf wist. Haar ouders hebben dat nooit eerder met haar gedeeld. Nadat ze er met haar moeder over heeft gesproken, deelt ze het ook met Maarten. En tot haar grote verbazing verandert de houding van Maarten naar zijn zus: hij begint haar te accepteren en erkennen.

Ik leer hieruit twee belangrijke lessen. Allereerst: als je erkent wat er is, ontstaat er rust, ruimte en balans. En ten tweede: een probleem ligt niet altijd bij de persoon die ‘probleem-gedrag’ vertoont. Nieuwsgierigheid is daarbij een belangrijke sleutel, een open houding, liefdevol en zonder oordeel. Vragen, zoals: ‘Wie of wat wil hier gezien worden?’ Zelfs als de situatie nog niet direct verandert, zorgt zo’n houding al voor ruimte en begrip. En daar heeft iedereen baat bij, ouders en kinderen.