Wanneer kan een kind uitzonderlijk hoogbegaafd genoemd worden?

Voor het Engelse taalgebied is de Stanford-Binet test in gebruik waarmee zeer hoge IQ-scores gemeten kunnen worden, namelijk tot 160. Als een kind tussen de 145 en 160 scoort, wordt dit aangeduid als ‘very gifted’ of ‘highly advanced’. IQ-testen in Nederland kunnen intelligentie meten tot 145. Als een kind hoger op een test scoort, wordt dit meestal aangeduid als 145+ en is er sprake van uitzonderlijke hoogbegaafdheid. Het betreft scores die meer dan drie standaarddeviaties boven het gemiddelde liggen. Het is belangrijk om oog te hebben voor het verschil tussen kinderen die rond de 130 scoren en kinderen die het plafond van de test hebben bereikt. Een kind dat een IQ heeft van 160 verschilt namelijk evenveel van het kind dat 130 scoort als een kind met een gemiddelde intelligentie van 100. Onze ervaring is dat extreem hoogbegaafde kinderen nog veel complexer denken en leren dan kinderen met een score in het gewone hoogbegaafde gebied en dat dit extra uitdagingen met zich meebrengt in de opvoeding en zeker ook in het vinden van passend onderwijs. De meeste verrijkingsmaterialen zijn bijvoorbeeld ontworpen voor kinderen met een IQ-score rond de 130 en goede uitdaging voor een kind dat nog veel hoger scoort is vaak een ware zoektocht. Wat mij opvalt in het werken met extreem hoogbegaafde kinderen is hun enorme zelfbewustzijn en kritische instelling. Ze moeten leren om domheid of incompetentie bij anderen te tolereren en als ze dit niet doen, is de kans groot dat ze zich afsluiten en op hun eigen ‘eilandje’ gaan zitten. Daarnaast hebben ze weinig op met autoriteit, omdat ze als het ware steeds vanuit een ‘helicopterview’ naar zichzelf kunnen kijken. Dat kan botsingen geven, aangezien zij in hun leven steeds te maken hebben met situaties waarin iemand gezag heeft vanwege en bepaalde positie, of het nu de meester of juf in de klas is of later de baas binnen het bedrijf.

Extreem hoogbegaafde kinderen laten meestal op zeer jonge leeftijd ongewone prestaties zien. Zij zijn talig vaak zeer sterk en het valt op dat zij vaak heel jong leren lezen en schrijven. Ze doen dit uit zichzelf en zijn autodidact. Verder hebben ze bijzonder veel energie. Een extreem hoogbegaafd kind geeft er blijk van diep na te denken door al in de peutertijd veel zingevingsvragen te stellen. Ze zijn bijzonder perfectionistisch. Ze zien namelijk snel het verband tussen oorzaak en gevolg.

Lovecky (1994) schreef een waardevol artikel met kenmerken van extreem hoogbegaafde kinderen op grond van observaties, verhalen van ouders en testverslagen van 32 kinderen met een IQ boven 170. De schrijver noemt de volgende kenmerken:

  • Het simpele is ingewikkeld: deze kinderen zien zoveel verschillende aspecten van hetzelfde, dat ze het simpele over het hoofd zien. Als zij bijvoorbeeld de vraag ‘Wat doet een dokter?’ moeten beantwoorden, is dit extreem moeilijk want er zijn zoveel verschillende dokters met zo verschillend werk!
  • Een enorme behoefte aan precisie: deze kinderen hebben behoefte hun complexe gedachtes op een accurate manier te beschrijven en nemen geen genoegen met algemene begrippen. Ze geven dan op vragen vaak het antwoord: ‘Dat hangt ervan af’. 
  • Het complexe is simpel: het extreem hoogbegaafde kind begrijpt abstract materiaal door het onderliggende patronen te ontrafelen. Als hij het patroon begrijpt, begrijpt het kind het concept en is verdere oefening overbodig. Deze kinderen leren dingen zo snel, dat het lijkt of ze nergens voor hoeven te oefenen.
  • Abstract denken van jongs af aan: deze kinderen kunnen vanaf heel jong al metaforen en analogieën snappen en gebruiken. Ze kunnen begrijpen dat taal figuurlijk kan worden gebruikt.
  • Op jonge leeftijd snappen wat het essentiële element is in een probleem: een bijzonder intelligent kind leerde bijvoorbeeld tussen zijn tweede en vierde jaar elf talen om te zien of er een moedertaal was.
  • Enorme capaciteit voor empathie: van jongs af aan hebben deze kinderen een bijzonder vermogen om te begrijpen wat andere mensen voelen en om emoties bij anderen te herkennen. Zij zetten deze projecties om in muziek en kunstwerken.
  • Bijzonder goed geheugen: deze kinderen kunnen opvallend snel en goed gedichtjes, liedjes, nummers, verhaaltjes en gebeurtenissen onthouden. Een voorbeeld daarvan is de adolescent die een gebeurtenis kan herinneren en navertellen die plaatsvond toen hij 1,5 jaar oud was: er werd een splinter verwijderd en zij kon vertellen wat haar moeder zei, hoe ze zich voelde, wat ze droeg en wat de dokter zei.
  • Neiging om alles als geheel te zien: deze kinderen leren niet lineair, maar willen overal de verbanden tussen weten. Ze blinken daarom op veel verschillende manieren uit, bijvoorbeeld in de muziek, het schaken en rekenen/wiskunde tegelijk. Ze zien het als uitdaging om alle ins en outs van een bepaald onderwerp te kennen, bijvoorbeeld alle episodes van Star Trek of alle namen van dinosaurussen. Astrofysica, astronomie en science fiction zijn zeer populaire onderwerpen onder extreem hoogbegaafde kinderen.

Gebruikte literatuur:
Lovecky, D.V. (1994). Exceptionally Gifted Children: Different Minds. Roeper Review, 17 (2).