Veel gestelde vragen over de V-P kloof en andersom


Binnen onze praktijk krijgen we veel vragen over de verbaal-performaal kloof of andersom. Wat houdt het in en geeft het nu echt een probleem bij een kind? Hieronder een antwoord op de meeste gestelde vragen.

1. Kan een kloof ook te maken hebben met het afnemen van de test?
De wijze waarop het intelligentieonderzoek is verlopen, kan zeker een verklaring bieden voor het verschil in score tussen beide schalen.

Het verbaal IQ kan worden gedrukt door:

  • Problemen in spraak of gehoor.
  • De taal waarin het onderzoek is afgenomen, is de tweede taal van het kind.
  • Perfectionisme en faalangst, waardoor het kind zich verbaal beperkt uit.

Het performaal IQ kan worden gedrukt door:

  • Perfectionisme. Het kind werkt liever langzaam en netjes, dan snel en slordig. Dit drukt overigens ook de score op de factor Verwerkingssnelheid.
  • Moeite met werken onder tijdsdruk. Alle performale test leveren meer punten op als het kind sneller werkt. Sommige kinderen raken hierdoor dusdanig gestrest dat zij zich niet goed op de taak kunnen focussen.
  • Problemen met de fijne motoriek: als het kind nog niet zo behendig is met schrijven of bouwen en motorisch wat onhandig, kan dat invloed hebben op het werktempo en dus op de score.
  • Verminderd tijdsbesef: vooral jonge kinderen hebben niet altijd in de gaten wat het inhoudt dat de klok tikt tijdens een subtest.

Deze effecten zijn niet altijd te voorkomen. Het is echter van groot belang dat de onderzoeker deze zaken signaleert en rapporteert, zodat er geen onjuiste conclusies worden getrokken over de problemen die voort kunnen komen uit een verbaal-performaal kloof of andersom!

2. Ondervindt mijn kind problemen op school door de kloof?
Judith Reuver (2002, CBO Nijmegen) heeft onderzoek gedaan naar dit verband. Allereest viel op dat 50% van de hoogbegaafde kinderen een discrepantie van 9 punten of meer had. Er werd geen verband gevonden tussen een discrepantie en schoolproblemen. De ervaring leert dat veel problemen die hoogbegaafde kinderen ondervinden, voortkomen uit verveling en een gebrek aan cognitieve uitdaging op school en niet uit een eventuele kloof. Mocht de kloof groter zijn dan 25 punten en is dit verschil niet direct te verklaren uit de wijze waarop de test is verlopen (zie vraag 1), dan moet er wel serieus gekeken worden of het kind geen hinder ondervindt op school hierdoor. Helaas vatten veel scholen ook de kleinere kloof vaak op als excuus om het kind maar geen extra uitdagend werk te geven, omdat het kind dit niet aan zou kunnen!

3. Welke problemen kan mijn kind ondervinden door een verbaal-performaal kloof?
Als er inderdaad een veel hogere score wordt gemeten op de Verbale Schaal dan op de Performale Schaal (>25 punten), ligt het denken en redeneren in taal dus op een veel hoger niveau dan het praktisch handelen. Dit verschil kan leiden tot grote frustratie en teleurstelling in eigen werk. Het kind is namelijk in staat de plannen die hij maakt op zeer hoog niveau uit te denken en te verwoorden. Als hij deze plannen echter wil uitvoeren, wordt hij teleurgesteld in het resultaat omdat het er anders uit komt te zien dan hij in gedachten had of omdat het hem veel tijd kost om tot een oplossing te komen. Voor zijn gevoel ‘faalt’ hij steeds. Ook bij instructie kunnen er problemen ontstaan, omdat in het hoofd minder snel een koppeling wordt gelegd met het handelen. Hij zal daarom de neiging hebben om nieuwe situaties te gaan ontwijken en deze pas aan te gaan als hij zeker weet dat hij het beheerst en hij kan beredeneren hoe het in elkaar zit, met name op motorisch gebied. Het is echter lastig om achter de oorzaak van de frustratie te komen. Ligt deze in de kloof of heeft het te maken met een eigenschap die bijna alle hoogbegaafde kinderen zo sterk hebben: perfectionisme?

4. Hoe moet je een kind met een verbaal-performaal kloof begeleiden?
Dat is afhankelijk van hoe de kloof er precies uitziet. Kinderen met een IQ van 140 op de verbale schaal en een IQ van 100 op de performale schaal, zijn bijvoorbeeld over het algemeen gebaat bij uitdaging op verbaal vlak (rekenen, taal, geheugen), maar hebben hulp nodig bij het aanbrengen van structuur, het houden van overzicht en het plannen van hun werk. Het is belangrijk dat de leerkracht dit weet, zodat hij het kind enerzijds niet onderschat en zorgt voor uitdagend werk, maar anderzijds ook niet overschat op het vlak van zelfstandig werken. Begeleiding en structuur is meestal van extra groot belang. Heel anders wordt het advies bij een kind dat een IQ heeft van 145+ op de verbale schaal en een IQ van 125 op de performale schaal. Dit kind is prima in staat om te plannen en het overzicht te houden, maar zal eerder last hebben van frustratie omdat de radartjes in zijn hoofd en stuk sneller gaan dan zijn handen en het tijd kost om plannen die je in je hoofd hebt, om te zetten in daden. Een dergelijk kind is gebaat bij aanmoediging en positieve feedback, waarbij de nadruk moet liggen op het leerproces in plaats van op het eindresultaat. De opvoeder kan bijvoorbeeld vragen wat het kind precies in zijn hoofd had en het kind leren een realistisch beeld van zichzelf op te bouwen.

5. Welke problemen kan mijn kind ondervinden door een performaal-verbaal kloof?
Dit type profiel komt veel minder vaak voor dan de verbaal-performaal kloof. Kinderen met een dergelijk profiel zijn vaak heel creatieve en snelle denkers. Ze denken vaak in concepten en kunnen een oplossing opeens voor zich zien. Het praktisch handelen ligt bij deze kinderen dus op een nog hoger niveau dan het handelen in taal. Een hoge performale intelligentie kan in de onderwijssituatie vertraging of stagnaties in het leerproces veroorzaken, omdat het kind gebruik maakt van een proces waarbij het via handelen inzicht verwerft en ook bij voorkeur handelend tot oplossing komt. Het kind heeft een prima geheugen voor gebeurtenissen en doorziet snel overeenkomsten en verbanden. Automatiseringsprocessen, zoals tafels, topografie, woordjes leren in een vreemde taal en begrijpend lezen, kosten meer moeite. Ook kunnen er ten gevolge van de performaal-verbaal kloof ‘woordvind-problemen’ optreden. Dit kan met name lastig zijn in het sociaal contact, omdat een kind dan sterk het gevoel heeft dat het hem niet lukt over te dragen wat hij precies bedoelt. Dit kan tot diepe gefrustreerdheid en boosheid leiden, maar ook tot clownesk gedrag. Vele van deze kinderen worden op school enorm onderschat!

6. Hoe moet je een kind met een performaal-verbaal kloof begeleiden?
Veel van deze kinderen hebben baat bij een creatieve en open onderwijsomgeving, waarin de leerstof op andere (niet persé talige) wijze wordt aangeboden: visueel, tactiel, via geur of smaak (kinestetisch aanleren). Ook helpt het als nieuwe dingen een keer worden voorgedaan en als er veel voorbeelden en metaforen worden gebruikt. Verder is het belangrijk om samen met dit kind samenhang te zoeken in plaats van hem alleen dingen uit zijn hoofd te laten leren. Ook kunnen leerkrachten en ouders helpen door het kind opdrachten in eigen woorden te laten herhalen voor het begint. Op deze manier ontstaat er een visueel beeld en bezinkt de opdracht in het performale. Veel van deze kinderen hebben moeite met begrijpend lezen en dit is te verklaren vanuit de performaal-verbaal kloof. Het kind krijgt weinig beelden bij de tekst en dit kan opgelost worden door hem een mindmap of schema te laten maken bij de inhoud. Ook is het belangrijk hem leesstrategieen aan te leren, door hem te laten markeren waar het antwoord op een vraag in de tekst terug is te vinden.