Hoogbegaafdheid bij peuters en kleuters

De peutertijd, de periode tussen grofweg anderhalf en vier jaar, is een periode waarin veel ontdekt wordt en een kind zich enorm snel ontwikkelt. Het kind begint verbaal steeds vaardiger te worden en de interactie tussen de ouder en het kind komt nu echt op gang. Het kind wordt steeds zelfstandig en ontdekt dat het invloed kan hebben op zijn omgeving. Het ontdekt de wereld. Deze leeftijdsfase is in gezinnen ook een heel intensieve periode en stelt het geduld en de inventiviteit van ouders danig op de proef. Dat is in alle gezinnen zo. Wat maakt het opvoeden van een peuter met een ontwikkelingsvoorsprong dan zo anders? Wij zijn ervan overtuigd dat het vooral de intensiteit is, waarmee de peuters de wereld ontdekken, waardoor het opvoeden van een peuter met een ontwikkelingsvoorsprong extra intensief, maar ook extra bijzonder is. Het geeft veel vreugde om te zien hoe deze peuters net sponzen zijn die alles in zich opzuigen en zij gaan daarin verder dan peuters met een gemiddelde intelligentie. En het stelt ouders voor bijzondere uitdagingen, waarbij ze ontdekken dat veel tijd en energie opgaat aan het opvoeden van hun energieke peuter. De volgende kenmerken passen bij peuters met een ontwikkelingsvoorsprong:

  • Hoog energieniveau: Deze kinderen hebben enorm veel energie en hebben vaak minder slaap nodig. Ze stoppen meestal sneller met hun middagslaapje en hebben veel behoefte aan uitdagingen en prikkels. Ze willen graag dingen ondernemen en veel ouders zullen de vraag herkennen: ‘Mama, papa, wat gaan we vandaag doen? Waar gaan we vandaag heen?’ Ze genieten van nieuwe dingen en zijn ook lichamelijk vaak enorm actief.
  • Zeer goed concentratievermogen en oog voor details: Deze kinderen kunnen zich langer dan gemiddeld concentreren en veel ouders geven aan dat hun kind zeer lang achter elkaar met iets bezig kan zijn dat zijn interesse heeft. Wat mij is opgevallen is dat deze kinderen vaak al jong heel specialistisch bezig zijn. Ze kiezen iets uit en onderzoeken daar alle details van: ze willen bijvoorbeeld steeds hetzelfde boek lezen of herhalen steeds hetzelfde liedje, om het volledig te doorgronden en te analyseren. Ze doen deuren steeds open en dicht om te begrijpen hoe het systeem werkt en zijn daar weken op gefocust. Pas als ze het helemaal kennen of begrijpen, gaan ze naar het volgende. Aan de andere kant zijn deze kinderen vaak zo weer uitgekeken op nieuw speelgoed als ze de ‘truc’ eenmaal onder de knie hebben. Dat zorgt ervoor dat ouders vaak het gevoel hebben dat het speelgoed niet is aan te slepen. Ouders hebben vaak ook het gevoel dat de leeftijdsindicatie op speelgoed niet klopt. Hun kinderen spelen met speelgoed dat bedoeld is voor oudere kinderen.
  • Grote leerhonger en nieuwsgierigheid: peuters met een ontwikkelingsvoorsprong hebben een oneindige behoefte om te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Naarmate ze ouder worden, blijkt dit ook steeds meer verbaal en gaan ze veel vragen stellen. Dit kan voor ouders heel vermoeiend zijn, maar ook heel bijzonder om te zien hoe de puzzelstukjes voor het kind steeds meer in elkaar vallen. Samen kun je je verwonderen over hoe wonderlijk alles in elkaar zit. Het kind heeft ook al jong een goed begrip van oorzaak en gevolg en legt daarom ongewone verbanden. Het is bijna een basisbehoefte voor het kind om dingen te begrijpen. Daarom zullen veel ouders van peuters met een ontwikkelingsvoorsprong automatisch aanvoelen dat het belangrijk is veel aan hun kind uit te leggen waarom iets zo is, ook als het gaat om afspraken en regels. Als zij dit niet doen, krijgen zij vaak te maken met een heel opstandig en boos kind, terwijl uitleg wel enige moeite en tijd kost, maar toch oplevert dat het kind veel beter met je meewerkt.
  • Goed geheugen en analytisch vermogen: deze kinderen hebben een goed geheugen. Ze kennen al snel de weg in hun leefomgeving, wat getuigt van een goede oriëntatie in de ruimte. Ze kunnen vaak al goed stevig bouwen met duplo en zijn ook in staat eenvoudige voorbeelden van het platte vlak op driedimensionale wijze na te bouwen. De meeste kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kennen al op veel jongere leeftijd letters, cijfers, kleuren, dieren, liedjes en boekjes uit hun hoofd. Terwijl de meeste kinderen rond hun vierde jaar de telrij van 1 tot 5 beheersen, kunnen peuters met een ontwikkelingsvoorsprong dit vaak al veel eerder. Velen van deze peuters kunnen al op jongere leeftijd tot 20 tellen en weer terug en zij hebben vaak ook veel eerder een begrip van wat deze getallen inhouden. Ouders zijn vaak verbaasd dat hun kinderen zich gebeurtenissen van maanden of zelfs jaren geleden nog herinneren. Maar hun goede geheugen blijkt er ook uit dat ze vaak nog feilloos weten wat je hen hebt beloofd. Dat maakt het soms lastig om uit te leggen als dingen anders gaan dan je in de eerste instantie had gezegd. Belofte maakt schuld, zeker bij deze kinderen… Wat me opvalt, is dat ouders vaak aangeven dat hun kind veel behoefte heeft om te weten wat er gaat komen. Ze beseffen al snel dat een week opgebouwd is uit dagen en een jaar uit maanden. Ook begrijpen ze snel het verschil tussen dag en nacht en tussen de ochtend, de middag en de avond en hebben ze inzicht in begrippen als morgen en gisteren. Het geeft peuters met een ontwikkelingsvoorsprong rust als ze antwoord krijgen op vragen als: Welke dag is het vandaag? Wat gaan we morgen doen? Op zondagmorgen gaan we altijd naar de kerk… Op dinsdagmiddag naar de peuterspeelzaal… Ze begrijpen de wereld weer eens stukje beter! Hoewel alle peuters enorm nieuwsgierig zijn en graag de ‘waaromvraag’ stellen, kenmerkt het kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong vooral dat zij door blijven vragen en graag het naadje van de kous willen weten. Zij laten zich dan ook niet snel afschepen met een eenvoudig antwoord.
  • Een sterke eigen wil en behoefte aan zelfstandigheid: De peutertijd is een periode waarin een kind bij uitstek ontdekt dat hij zelf macht kan uitoefenen over de wereld om hen heen. Het kind wil voortdurend ontdekken wat het zelf kan en juist door dingen zelf te doen, ervaart het kind een gevoel van competent zijn en ontstaat een gezond zelfbeeld. Peuters met een ontwikkelingsvoorsprong lijken dit nog wat sterker te hebben dan kinderen die zich ontwikkelen volgens de boekjes. Ze willen alles zelf doen en nemen niet snel iets aan van jou als ouder. Ik krijg vaak de vraag waarom dit nu zo typisch is voor hoogbegaafden. Ik denk dat het te maken heeft met het vermogen tot analyseren, het leggen van oorzaak en gevolg. Hierdoor kan een kind al jong kritisch naar zichzelf en naar anderen kijken en heeft het al vroeg een gevoel van zelfbewustzijn en eigenheid. Het uitdagen van gezag, kan dan worden gezien als een vorm van testen en experimenteren.
  • Emotionele gevoeligheid: Peuters met een ontwikkelingsvoorsprong geven al jong blijk van een rijk gevoelsleven, maar ook van het vermogen om zich in te leven in een ander. Ze nemen scherp waar en menig ouder zal de ervaring hebben dat hun kind bijzonder goed aanvoelt hoe de ouder zelf in zijn vel zit en hierop gaat anticiperen. Deze peuters zijn vaak zeer sensitief en kijken in een nieuwe omgeving vaak eerst even de kat uit de boom. Als zij merken dat mensen niet authentiek reageren, maar een ‘spelletje’ spelen, zullen zij in hun schulp kruipen. Daarnaast zijn zij vaak opvallend goed in staat om emoties als boosheid, angst en verdriet bij zichzelf en anderen te herkennen en te benoemen. In contact met andere kinderen worden zij regelmatig eerder teleurgesteld. Zij hebben hoge vriendschapsverwachtingen en hebben al jong een besef van loyaliteit.

  • Ander spelgedrag: Het kind met een ontwikkelingsvoorsprong heeft vaak een bijzonder complexe manier van spelen. De meeste peuters laten in hun spel maar één spelthema zien en verrichten een bepaalde handeling steeds op dezelfde manier. Peuters met een voorsprong zijn vaak in staat om verschillende thema’s door elkaar heen te gebruiken en verschillende handelingen achter elkaar te doen. Dit levert complex fantasiespel op, dat eerder wordt waargenomen bij kleuters. Zij spelen bijvoorbeeld een complete dag uit met Playmobil en betrekken daarbij ook hun ouders die een bepaalde rol moeten vervullen. Begrip voor actie en reactie is aanwezig, bv. ‘Ik ben boos’ (actie) ‘en dan ga jij heel hard huilen’ (reactie).

Op zoek naar activiteiten en spelmateriaal voor uw peuters/kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong? Lees verder>>

CASUS

Eigenlijk ontwikkelde Matthijs zich als peuter helemaal niet zo snel. Terwijl andere kinderen gingen brabbelen, zei hij niets. Wel kon hij heel lang en heel geconcentreerd kijken en luisteren. Op een dag begon ook Matthijs te praten. Ineens en heel goed. Hij startte niet met losse woordjes, maar met zinnetjes.
Meer weten?
Lees verder >>