Onderpresteren

Onderpresteren ontstaat door demotivatie. Het verschijnsel komt onder begaafden erg veel voor. Door enerzijds een negatief zelfbeeld (zie ondermeer V/P-kloof) en anderzijds gebrek aan uitdaging verliest het kind de moed om zich in te spannen.

  • De ene leerling zal zich verstoppen achter een houding waarbij het probeert niet op te vallen. Deze kinderen scoren heel gemiddeld, in de hoop dat niemand hen opmerkt. We duiden dit aan als relatief onderpresteren.
  • De andere leerling kan het allemaal niets meer schelen. Hij doet helemaal niets meer om nog enigszins te scoren. Vaak gaat dit gepaard met negatief gedrag: agressief, brutaal, ongezeglijk. Dit wordt aangeduid als absoluut onderpresteren.

Wezenlijk is om met deze kinderen in gesprek te komen. Het onderpresteren is veelal geen bewuste houding. Afstraffen heeft slechts een negatieve uitwerking. Dit bevestigt alleen wat het kind al wist: Niemand houdt van me, ik ben niets waard, ik kan niks!

Onderpresterende kinderen hebben behoefte aan (en recht op!) aandacht voor hun probleem. Het gedrag is feitelijk een roep om hulp. Deze hulp moeten ze krijgen door stap-voor-stap te leren zicht op zichzelf čn hun omgeving te krijgen.