WISC III

De intelligentie van kinderen 6-16 jaar wordt vastgesteld met de WISC III, de meest gebruikte en meest betrouwbare intelligentietest in Nederland. Deze test bestaat uit 12 subtests, die ieder bestaan uit verschillende vragen en opdrachten. Het begin van de subtest is steeds eenvoudig, maar wordt steeds moeilijker naarmate de test vordert. De onderzoeker legt elke nieuwe subtest met een voorbeeld uit. Daarna is het kind aan de beurt. Er wordt gestopt met iedere subtest wanneer de vragen of de opdrachten te moeilijk worden. Dus: als het kind een aantal vragen achter elkaar onjuist beantwoord heeft.

De resultaten van de test geven een beeld van de verbale en performale capaciteiten van het kind. Ook de verwerkingssnelheid, het verbaal begrip en de perceptuele organisatie worden gemeten. Het onderzoek duurt ongeveer 2.5 uur. Hieronder vindt u een overzicht van de betekenis van intelligentiescores. De score van de gemiddelde Nederlander is vastgesteld op 100. Ongeveer 2,5 % van alle Nederlanders heeft een IQ van 130 of meer en is dus hoogbegaafd.
 

Indeling IQ-scores

Hoogbegaafd > 130
Begaafd 121-130
Bovengemiddeld 111-120
Gemiddeld 90-110
Beneden gemiddeld 80- 89
Laag begaafd- Moeilijk lerend 70- 79
Lichte verstandelijke beperking (licht zwakzinnig) 50-69
Matige verstandelijke beperking (matig zwakzinnig)35-49
Ernstig verstandelijke beperking (ernstig zwakzinnig)20-34
Diepe verstandelijke beperking (diep zwakzinnig)<20