Casus Matthijs
Eigenlijk ontwikkelde Matthijs zich als peuter helemaal niet zo snel. Terwijl andere kinderen gingen brabbelen, zei Matthijs niets. Wel kon hij héél lang en heel geconcentreerd kijken en luisteren.Op een dag begon ook Matthijs te praten. Ineens en heel goed. Hij startte niet met losse woordjes, maar met zinnetjes.
Kruipen en lopen deed Matthijs pas laat. En dáár was hij niet opeens heel goed in. De motorische ontwikkeling interesseerde hem niet zo. Hij had meer belangstelling voor letters en cijfers. Hoe hij ze leerde en wie het hem vertelde weet niemand, maar vóór zijn derde verjaardag kende Matthijs alle letters.
Al gauw begon toen ook het grote vragen: bijna elke zin begon met ‘Waarom..?’ Alles wilde hij weten. Matthijs was onvermoeibaar, maar zijn ouders werden er wèl moe van.
Spelen deed hij nauwelijks: speelgoed was er alleen om te onderzoeken en dan moeder op te zoeken om zijn bevindingen te vertellen. Eigenlijk was speelgoed helemaal niet aan hem besteed. De wereld was voor Matthijs één groot ontdekveld.
Intelligentie onderzoek af laten nemen? Zie IQ test kinderen, voor meer informatie over IQ tests bij kinderen.
<< terug naar 'hoogbegaafdheid bij peuters en kleuters'

