Wat is het verschil tussen hoogbegaafdheid en meerbegaafdheid?

Vaak worden de termen hoogbegaafdheid en meerbegaafdheid door elkaar gebruikt. Officieel wordt op diagnostisch gebied een duidelijk verschil gemaakt. Met een IQ tussen 115 en 130 wordt een kind begaafd of ook wel meerbegaafd genoemd. Het betreft hier een percentage van 13,6% van kinderen die zo hoog op een IQ-test scoort vergeleken met leeftijdsgenootjes. Dat is meer dan één standdaardeviatie boven het gemiddelde, boven het 85e percentiel. Kinderen die boven 130 scoren, worden zeer begaafd of hoogbegaafd genoemd. Het betreft hier slechts 2,3% van de kinderen en zij scoren meer dan twee standdaarddeviaties boven het gemidddelde. Zij zitten op het 98e percentiel of nog hoger.

Hoe intelligenter een kind is, hoe meer verbindingen er in de hersenen zijn gelegd. Dit zorgt ervoor dat zo’n kind anders, sneller en complexer denkt. Dit heeft op haar beurt veel gevolgen voor hoe de wereld wordt bekeken en beleefd. Hoogbegaafde kinderen denken nog sneller en complexer en sneller dan begaafde kinderen. Zij hebben een zeer scherp oog voor details, een bijzonder goed geheugen en een sterke mate van perfectionisme. Het meest opvallend in het werken met hoogbegaafde kinderen is hun intensiteit. Zij nemen informatie zeer intens op en worden door ouders vaak een spons genoemd. Ook voelen zij vaak heel intens. Als meerbegaafde kinderen intens zijn, dan zijn hoogbegaafde kinderen dit nog veel meer. Als het gaat om uitzonderlijk begaafde kinderen, dan gaat die intensiteit in een nog hogere versnelling.

Het is soms lastig vast te stellen of een kind nu meer- of hoogbegaafd is, met name als er uit een intelligentietest een score op begaafd niveau wordt gehaald, maar de ontwikkeling wijst op die van een hoogbegaafd kind en ouders veel van de zijnskenmerken van hoogbegaafdheid herkennen in hun kind. Er zijn veel factoren die een meting van IQ negatief kunnen beinvloeden, zoals een faalangstige instelling of het ontbreken van een goede werkhouding bij jonge kinderen. Toch is het belangrijk om een nauwkeurige diagnose te maken om ook de juiste begeleiding aan een kind te kunnen bieden, vooral als het gaat om de schoolse omgeving. Meerbegaafde kinderen doen het op school – helaas - vaak een stuk beter dan hoogbegaafde kinderen. Het aanbod is voor hen vaak toereikender, bijvoorbeeld door middel van differentiatiegroepen die in de klas aanwezig zijn. Als zij in de zongroep zitten bij rekenen of taal sluit dit vaak goed aan en als er dan ook nog verrijkingsmogelijkheden zijn, hebben zij een leerzame en fijne schooltijd. Daarbij komt dat meerbegaafde kinderen beter geleerd hebben om door te zetten en om te gaan met faalervaringen. In plusgroepen is er ook voor meerbegaafde kinderen vaak voldoende ruimte om mee te doen. Als een kind hoogbegaafd is, is het vaak ingewikkelder om een passend programma op school te realiseren, vooral als het kind is gaan onderpresteren en helemaal niet laat zien dat het zo slim is. Daarnaast komt de pedagogische benadering van een hoogbegaafd kind veel nauwer. Voelt zo’n kind zich gezien in zijn complexe manier van denken, zijn sterke rechtvaardigheidsgevoel en intense gevoelens?